Taalvaardig, het vervolg

Kostten nog meoite worde gespaart om onze kidderen goet onderweis te verschafen.

Laten we eens kijken naar onderstaand voorbeeld:

Huiswerk

Dit schriftje is van Kasper, 7 jaar oud. In de Taalplusklas, waar hij extra ondersteuning krijgt bij het taalonderwijs maakt hij hier zijn oefeningen in. Als het schriftje vol is, mag het mee naar huis. Kasper doet het echt goed in de Taalplusklas, volgens de juf. “Heeft de juf je schrift wel nagekeken Kasper?” vroeg ik. En dat had ze, met correcties in groen. Ik kan wel janken. Bij mij wordt het donker met dt. En ik word, met een d, heel somber van dit nakijkwerk. De vakdocent, de uiterst gekwalificeerde juf, de juf die drie dagen per week werkt, heeft geen tijd om het werk van mijn zoon behoorlijk na te kijken. Aanstaande donderdag spreek ik haar, het door mij opnieuw gecorrigeerde schriftje gaat mee. Wordt, met dt, vervolgd.

Nou, het gesprek met de juf is achter de rug. En haar antwoord op mijn tweede correctie luidde als volgt: “Ik corrigeer alleen op basis van wat de oefening vraagt. En ik corrigeer niet op spelling, want dat is een andere les.” Daarnaast zou het sneu zijn voor het kind om een schrift terug te krijgen met daarin teveel strepen en correcties. De vader van Kasper, dyslectisch, beaamde dat. Tja, daar zou wat in kunnen zitten en ik heb het er maar bij gelaten. Het gesprek ging nog over heel veel meer en uiteindelijk hebben leerkrachten een machtspositie waar ik slecht tegen kan. Als kind, later als Pabo student en nu nog steeds blijkbaar.

Toen ik thuis kwam bedacht ik dat het verkeerd corrigeren van het werkwoord ‘worden’ in bovenstaand voorbeeld door geen enkele van haar argumenten kan worden goedgepraat. Dat heb je dan, dat je achteraf precies weet wat je had moeten zeggen.

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.