Participatiewet, samenleven of overleven?

Het is half zeven ’s avonds en ik ga even langs bij de buurvrouw van een paar deuren verder. Ik vind haar aan de keukentafel met haar jas nog aan. De pan met eten die ik bij me heb zet ik op het fornuis en het valt me op dat het koud is in huis. De verwarming blijft zo lang mogelijk uit, vertelt de buurvrouw me desgewenst. Liefst de hele dag. Hetzelfde geldt voor de verlichting. Voor alles eigenlijk, dat geld kost. Er is afgelopen maand geld ingehouden van de bijstandsuitkering. En dat kon er echt niet meer bij. “Hoe komt dat dan?” vraag ik. Het antwoord is even belachelijk als vreselijk. De buurvrouw werd opgeroepen voor werk, vrij plotseling. En daardoor miste ze haar afspraak bij het re-integratie bureau. Het niet nakomen van zo’n afspraak wordt meteen als boete in mindering gebracht op de bijstandsuitkering. “Maar weten die instanties dat dan niet van elkaar, dat je je best doet om overal aan te voldoen?” Nee, blijkbaar niet. Bellen met de betreffende instanties zat er ook even niet in, want ja, beltegoed is lastig. En daarbij, ach, ze zal het dit keer ook wel overleven.

Ik krijg er een knoop van in mijn maag, en baal ervan dat ik vorige maand niet wat vaker langs ben geweest. Dan had ik misschien kunnen helpen, mijn telefoon uitlenen. Of haar tenminste een hart onder de riem kunnen steken. Alle plannen die er zijn om deze mensen aan het werk te helpen, of in ieder geval bezig te houden, wat levert het op? Wie is er nu echt bij gebaat om mijn buurvrouw voor twee weken aan het werk te houden in een sorteercentrum? Wie zijn die mensen die dit bedenken, controleren, beboeten? Welke instanties werken allemaal langs elkaar heen?

Het hele systeem zoals het nu is, dat heeft met meedoen aan de samenleving niks te maken. De re-integratiecursus is een wassen neus, maar wel eentje die verplicht is. Het zogenaamd passende werk lijkt meer op moderne slavernij. En daarbij, waar zijn de mensen gebleven die dit werk eerst deden? Wat doen die nu?

Zoals mijn buurvrouw, zo zijn er veel meer mensen. Mensen die dolgraag écht mee willen doen aan de samenleving. Maar die door instanties van hot naar her worden gestuurd op straffe van boetes. Dat is stigmatiserend en lost geen enkel probleem echt op. De bijstandsuitkering wordt verstrekt op basis van wederkerigheid, er zijn allerlei voorwaarden waar iemand aan moet voldoen. Een totaal inhumaan systeem dat er niet op is gericht om mensen verder te helpen, maar verzand is in controles en straffen.

Ik heb goede hoop, op de invoering van het onvoorwaardelijk basisinkomen. Een inkomen dat voor iedere Nederlander van boven de 18 gelijk is. Zonder regels, onvoorwaardelijk. Zodat de mensen zoals mijn buurvrouw weer écht mee kunnen doen. Zodat het stigma van werkeloosheid af gaat. Zodat iedereen in de samenleving zich waardevol voelt, en naar waarde bij kan dragen áán de samenleving.

Of ze nog gaat stemmen, vraag ik de buurvrouw. Ze weet het niet, zou het iets uitmaken? Ik denk het wel. Niks doen is ook de manier niet om uit een uitzichtloze situatie te komen. De grote partijen doen niet zoveel aan hoe het nu gaat, die zitten misschien zelf wel te comfortabel. De hoop is gevestigd op de nieuwkomers. Die écht baat hebben bij mensen die anders niet zouden gaan stemmen. Ik heb thuis nog informatie van de Vrijzinnige Partij liggen, die beloof ik haar morgen te brengen. Omdat dat naar mijn mening de politieke partij is die wel oog wil hebben voor mijn buurvrouw. En als speerpunt het onvoorwaardelijk basisinkomen heeft. En dan neem ik ook nog wel iets van fruit mee.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.