Om te weten hoe het moet

Vroeger dacht ik dat grote mensen alles zeker wisten. Dat ze niet twijfelden. Het leek me heerlijk om groot te zijn. Om nooit meer op mijn kop te krijgen. En vooral om te weten “hoe het moet.” Welke het? Nou gewoon, het. Het leven. Dingen doen, beslissingen nemen. Ik wilde dus heel graag groot zijn. Dat werd ik ook snel. Door een samenloop van omstandigheden ging ik op mijn 15e naar het HBO. Wow, oké. Daar zag ik mensen die in mijn ogen wisten “hoe het moet.” Van mijn medestudentes kwam er een aantal van de opleiding SPW. Daarvoor bezochten ze de lokale huishoudschool. Op hun 23e begonnen ze aan de PABO, 8 jaar ouder dan ik was in het eerste jaar. Op de maandagen namen ze hun uitzet klappertje mee. Daarin hielden ze bij wat ze nog nodig hadden, voor de uitzet. Want al jaren verkering. En serieuze trouwplannen. Tot aan de bloemen voor in de kerk aan toe. Zo serieus. Ahem. Oké. Zou het zo moeten? Dat was dan niks voor mij. Ik besloot het nog even aan te zien, voor ik ook zo zou worden.

Voor mijn 16e verjaardag kreeg ik van mijn broer een Kreidler. Een schakelbrommer dus. Hij had deze al en kocht een andere, daardoor kon de oranje Kreidler Florett doorschuiven naar mij. Voor wie het zich afvraagt, dit speelt zich af in het jaar 1996. Toen waren Kreidlers al lang uit. En nog lang niet weer in. Uiteraard ging ik op de brommer naar de PABO. Na schooltijd moest ik dan bij de conciërge een schroevendraaier gaan lenen om de bougie eruit te kunnen draaien. Die werd te snel vet. Waarom ik wel een bougie sleutel en geen schroevendraaier meenam is mij eerlijk gezegd nog steeds eens raadsel. Waarom ik zo lang op die PABO rond bleef hangen ook, eigenlijk. Maar dat is een ander verhaal. In het weekend bracht de Kreidler mij op veel interessantere plekken. Maar ook daar trof ik mensen die net zo min als ik wisten hoe het moest. Die mensen konden wel heel goed brommers opvoeren, vetkuiven maken en feest vieren. Zoveel wist ik al op mijn 16e.

De PABO en ik zijn uit elkaar gegaan voor ik er een diploma gehaald had. Toen dacht ik, ach.. ik ga toch niet voor de klas staan. Dus wat maakt het uit? Nu denk ik: had ik maar een HBO diploma gehad. Dat scheelt toch wel aanzienlijk op de arbeidsmarkt. Neemt niet weg dat ik nog steeds van mening ben dat de domste mensen destijds het makkelijkst een diploma haalden daar. En nog steeds zal ik mijn kinderen van school halen, mochten ze bij enkele van mijn medestudentes in de klas komen. De kwaliteit van het onderwijs op de PABO’s is verbeterd de laatste jaren. Ik hoop de kwaliteit van de studenten ook.

Op mijn 18e ging ik op kamers. In Venlo of all places. Bij gebrek aan mogelijkheid tot OV op mijn 15e (later werd dat beter) moest ik in de buurt iets te studeren vinden. Voordeel van studeren in Venlo was dat er geen sprake was van woningnood. Integendeel zelfs. Ik dacht dat als ik op mezelf zou wonen dat ik dan wel zou weten hoe het moest. De werkelijkheid bewees het tegenovergestelde. De Edah, toen de dichtsbijzijnde supermarkt, sloot destijds nog gewoon om 17u. Ik herinner me vele dagen waarop ik net voor sluitingstijd met mijn statiegeld flessen naar binnen schoot, om met een krakerig “goede middag” de eerste woorden van die dag te spreken. Sjonge, nee. Zo moest het vast niet. Maar zo ging het wel. Het leven. Als de Edah al dicht was bood het tankstation uitkomst. In ieder geval kon je er bier en een zak chips kopen. Ik had toen ook zelf niet de indruk dat ik wist hoe het moest. Ik was 18, 19. En ik dacht: als ik 23 ben, dan weet ik vast wel hoe het moet. Dan zal ik in ieder geval wel een plan hebben.

Toen dacht ik nog dat ik de Pabo af zou maken en daarna naar de universiteit zou gaan. Op mijn 23e zou ik dan drs zijn en dan zou het wel een keer goedkomen. De Pabo afmaken bleek uiteindelijk geen optie. Hoe graag ik me ook aan wilde passen, het ging niet. Ik werd er niet gelukkig van. Een beetje gek werd ik er zelfs van. En hoera, een nieuwe regel maakte het mogelijk dat ik met mijn Pabo propedeuse naar de universiteit kon. Hierover ook later een keer meer. Met als titel: hoe ik leerde kopiëren en frauderen bovendien.

Anyway, waarom begon ik dit verhaal überhaupt. Ik word dit jaar 36. Dit is het jaar waarin ik net zo lang op mezelf woon als dat ik bij mijn ouders heb gewoond. En stiekem heb ik al die jaren gehoopt dat dit het jaar zou zijn waarin ik dan eindelijk zou ontdekken hoe het moet. Maar als ik eerlijk ben, is het me de afgelopen jaren wel opgevallen dat iedereen maar wat doet. Een beetje aankloot en er maar het beste van hoopt. Net als ik. Niet dat ik niks geleerd heb, daar niet van. Ik studeerde een hoop, maar maakte niks af. Ik leefde tussen kunstenaars en krakers en dacht er het mijne van. Ik trouwde jong en kreeg twee kinderen. Geheel volgens plan, zoals ik het altijd al wilde. Eerst een jongen en dan een meisje. Ik ging scheiden. Verloor mijn moeder. Ik leerde heel veel, ik werkte, ik vocht, ik verhuisde nog een paar keer en zorgde ervoor dat de boel op de rit kwam. Voor mij, voor de kinderen. Maar voor mijn gevoel was ik nog steeds aan het klootviolen. Zoals ze dat zeggen waar ik vandaan kom.

In december word ik 36. Dus ik ben nu vijfendertigeneenhalf. Mijn vader gaat trouwen in oktober. Ik ga zelf nooit meer trouwen denk ik. Ik leef mijn halve leven al op mijn eigen manier. Mijn kinderen zijn bijna 6 en bijna 9. Ze weten hoe ze zich moeten gedragen. Al weten ze nog niet hoe het leven moet. Dit jaar is belangrijk voor me. Ik stopte met roken. Eindelijk, en gelukkig. Ik vond liefde. Ik kocht een barbecue, nam een hobby en kocht een hoed. Want petjes staan me niet. En eindelijk, eindelijk vind ik dat ik oud genoeg ben om een hoed te dragen. Zonder dat ik denk:  “wat een oud wijf.” Misschien dat ik nog niet weet hoe het leven moet, inmiddels weet ik wel wat er voor nodig is om een fijn leven te hebben. En dat is minder dan je denkt.

 

 

4 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.