Jij moet sorry zeggen

“Jij moet sorry zeggen!” “Nee jij.” “Neehee, jij eerst, jij moet sorry tegen mij zeggen!” Kleine Ik is boos, “waarom moet ik sorry tegen jou zeggen, grote Ik? Waarom gaat alles altijd alleen maar om jou, jou jou? Denk eens aan mij.” “Ik denk vaak genoeg aan jou, kleine Ik. En daarom moet jij sorry zeggen. Voor alle kleine ikkigheden die je gedaan hebt,” zegt grote Ik, alwetend.

“Ik, wat heb ik gedaan?” roept kleine Ik verontwaardigd. En grote Ik somt op: “Je hebt de hond geschopt en je was gemeen tegen je broer. Je hebt wel eens kleingeld gestolen van je ouders. Je hebt zoveel dingen stuk gemaakt en daar ook nog over gelogen. En het vervelendst van allemaal: je wist het altijd allemaal beter.” Kleine Iks ogen schieten vuur, oh de onrechtvaardigheid! “Maar ik, maar ik,” zegt kleine Ik, “ik wist dat niet, dat die dingen stuk konden gaan. Ik had er spijt van, maar wist niet hoe ik dat vertellen moest. En de andere dingen die ik deed, ik deed ze toen ik klein was. Ongeveer net zo klein als nu.”

“Dus daarom moet jij sorry zeggen,” knikt grote Ik, “wijsneus dat je bent.” “Maar ik ben klein en jij bent groot. Jij weet nu dingen die ik niet wist. Ik dacht alleen maar dat ik alles beter wist, omdat ik niet beter wist. Jij weet beter nu, jij bent al groot. Ik zeg geen sorry tegen jou. Niet als je zo boos blijft op iets dat ik deed toen ik minder wist dan jij.” En grote Ik denkt na, denkt lang na, kijkt nog eens naar kleine Ik en zegt: “Sorry kleine Ik, dat ik zo lang boos bleef op de dingen die je deed, toen je niet wist wat ik nu weet. Sorry kleine Ik, dat ik naar je keek met de ogen van mijn grote Ik en je ook zo beoordeeld heb.” “Het is oké Ik,” zegt kleine Ik. “Ik wist ’t wel.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.