Ga naar het bos! Een verhaal over een woensdagochtend.

De boom in mijn straat leek wel te schreeuwen vanmorgen: ga naar het bos! Ga naar het bos! Als deze ene boom zó geel en vrolijk kon zijn in de verder bakstenen straat, dan moesten álle bomen ín het bos wel een absoluut feest zijn. En ik dacht, laat ik nu gaan, het is woensdagochtend. Vanmiddag is het vast druk met ouders en kinderen en nu is het nog lekker rustig.

Een kleuterklas met rode wangen doet een speurtocht. Ze gillen naar elkaar en ze gillen om het gillen. Hun kreten laten kleine wolkjes adem het bos in drijven. Dat dit heel schattig is, bedenk ik pas als ik er ruim voorbij ben. De wangen van de kinderen hadden dezelfde kleur als de kaboutermutsen die ze aan het zoeken waren. Helemaal ingepakt leken het net minireuzen.

Ik loop verder en verder het bos in en het wordt steeds stiller. De mensengeluiden laat ik achter me en er komen vogelgeluiden voor in de plaats. De vogeltjes hebben het minstens zo druk als de kleuters en maken ook minstens zoveel lawaai. Nu loop ik niet hard door, dit keer blijf ik staan om te zien waar de vogeltjes precies zitten.

Hooguit een koolmees kan ik herkennen, dat valt me een beetje tegen van mezelf. Al bedenk ik tegelijkertijd dat ik nog nooit eerder zoveel vogeltjes bij elkaar zag en hoorde in het bos. Misschien omdat ik vandaag alleen ben? Ik haal eens extra diep adem en kijk omhoog. Tegen een boomstam aan zie ik een boomklever omhoog kruipen, of is dat dan een boomkruiper? Het maakt niet uit, besluit ik. Er is nog een voordeel aan alleen zijn. Ik kan de tijd nemen om stil te staan wanneer ik dat wil. En hoe lang ik wil. Al voel ik, nu ik stil sta, het knellen van de dikke sokken in mijn schoenen. In plaats van de kou buiten te houden worden mijn voeten er nu sneller koud in. Beter maar weer verder lopen.

Ik loop heuvel op, de zon is links van mij. Ik zie sparren staan in rechte rijen naast elkaar en met iedere stap die ik zet verspringt het beeld. Het aangeplante bosje zorgt in dit licht voor een intens lijnenspel. Zwarte stammen en optrekkende nevel lossen elkaar af. Alsof de zon nu blauwe stralen heeft. Intens blij van zoveel pure schoonheid haal ik nog eens diep adem, in een poging het gevoel van nu in mezelf te verankeren. Ik hoop dat ik me de hele dag zo kan voelen. De gedachte dat dit de momenten zijn waarop er dikke blauwe enveloppen door de brievenbus vallen probeer ik van me af te zetten.Bosfoto

Waar de zon nog niet heeft geschenen ruikt het anders. Naar nacht en kou. Daar zit dauw op de blaadjes en ik verbaas me erover hoe felgroen sommige nog zijn. Alsof ze niet doorhebben wat er om hen heen gebeurt. Als een razende kleuterklas, die in het bos is om actief te genieten. Hoor ik ze nou nog? Hoe ver moet een mens lopen voor een beetje rust? Ik loop verder omhoog en probeer het vallen van het blad te horen. De kleuters verdring ik en ik vind een platte steen op een zonnige plek. Warme koffie en warme zon, daar heb ik zin in. De koffiegeur vermengt zich met het zoete van de opgewarmde bosgrond. Het ruikt naar karamel en in de verte een beetje naar verrotting. De gedachte aan koekjes dringt zich aan me op maar ik haal een appel uit mijn tas. De eerste hap die ik neem klinkt als een kanonschot door het bos. Ik blijf net zo lang zitten tot de vogeltjes weer terug komen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.